Calçots zijn slieruien, een beetje op bosuitjes lijkende kleine uien die je eet met de lange groene bladeren eraan. Ze zijn in Catalonië populair van januari t/m maart en worden bij voorkeur geroosterd in de buitenlucht op houtskool en geserveerd op aardewerken dakpannen.
Men laat ze, na het afstropen van het zwartverkoolde buitenste vel, gelijk een haring in de keel glijden, waarbij vieze vingers bijdragen aan de feestvreugde. Men heeft dan ook altijd een groot servet omgeknoopt om te voorkomen dat stropdassen en bloesjes net zo vies als de vingers worden.

De calçots moeten in ieder geval gedoopt worden in een saus, waarvoor hele wedstrijden georganiseerd worden in de Catalaanse dorpen. Het eten van de calçots gebeurt dan ook niet zelden aan lange tafels in de open lucht op het dorpsplein, mits het weer dat toelaat, want ook daar is het nog steeds hartje winter en kan het snijdend koud zijn. De rolverdeling: mannen zijn in de weer met het houtskoolvuur, oude kranten en de calçots, de vrouwen strijden om de eer wie de lekkerste saus weet te bereiden. Wij deden het in huiselijke kring en onze sausbijdrage volgt hier:

ingrediënten
- 4 teentjes knoflook
- 3 ñoras - in kokend water geweekt
- 6 tomaten, ontveld en ontdaan van zaad (wel sap eruit drukken in zeef en bewaren), in kleine blokjes gesneden
- 200 g amandelen
- olijfolie, zwarte peper uit de molen, zout
bereiding

- amandelen, ñoras en knoflook met een beetje zout fijnstampen in een vijzel
- gestampte massa overdoen in schaal
- tomatensap en beetje olijfolie erdoor roeren
- tomatenblokjes toevoegen
- onder het mixen met handmixer olijfolie toevoegen tot de gewenste dikte (50-100ml)
- op smaak brengen met peper en zout

Opmerking: Ñoras zijn een soort ronde, enigszins op kleine paprika's gelijkende zoetige Spaanse pepers. Er bestaat volgens ons geen Nederlandse vertaling voor. Wij nemen ze altijd uit Spanje mee, maar mogelijk kun je ze ook bij Mediterrane specialiteitenwinkels kopen.

Bon profit!